De Vriendschap lijkt in eerste instantie dan wel een gewone roman te zijn, eigenlijk is het Connie Palmens eerste poging tot het uiteenzetten van haar theorie van “het drama van de afhankelijkheid”, dat recent ook verschenen is als essaybundel (Het drama van de afhankelijkheid, 2017).

Als lezer volg je de levenswandel van Kit Buts en door haar oogpunt meteen ook het leven van Ara Callenbach, diens beste vriendin. Een concept dat in eerste opzicht sowieso al interessant kan zijn, mits de nodige tragische en dramatische gebeurtenissen. De tragiek van De Vriendschap blijkt in eerste instantie echter vrij beperkt, hoewel beide vriendinnen met verslavingen te kampen hebben. Deze verslavingen, samen met de (on)afhankelijkheid die de vriendinnen voor elkaar voelen, vormt de uiteindelijke thematiek van het boek.

Op een geniale manier structureert Palmen haar werk. Doorheen haar beschrijving van de twee meisjeslevens, schijnt subtiel haar visie op vriendschap, verslaving, liefde, angst en zo meer. Wat in eerste instantie eerder Kits gedachtegang lijkt te zijn, komt in het laatste hoofdstuk tot een apotheose, waar Palmens idee van het drama van de afhankelijkheid duidelijk naar voren komt.

Wat is vriendschap, dat is eigenlijk wat Palmen in dit boek probeert uiteen te zetten. En zonder in clichématige thema’s en beschrijvingen te vervallen, slaagt de auteur in haar opzet. Op een rake manier schetst ze wat vriendschap tussen twee personen kan behelzen: hoe ze omgaan met de nood aan verbinding, met afhankelijkheid en de drang naar onafhankelijkheid, met jaloezie, met de liefde én de haat die ze voor elkaar voelen.

Het is deze filosofische grondslag dat Palmens boek niet alleen tot een goed leesbare roman maakt, maar ook tot een enorm interessant essay, dat ongetwijfeld tot een van de betere Nederlandstalige werken behoort. De Vrienschap smaakt naar meer en laat ons alleen maar smachten naar wat Het drama van de afhankelijkheid ons nog kan brengen.

Advertisements