Het is een kwestie van zoveel mogelijk manieren bedenken om de liefde uit te drukken. Peter Verhelst weet hoeveel het er zijn en heeft ze ook allemaal eens gebruikt, soms zelfs tot vervelens toe. Toch kunnen we er niet om heen: zijn beeldspraak werkt. Keer op keer kan Verhelst de schoonheid tonen van verliefd zijn, van houden van, van erotiek, van seks. Want dat is het in zijn essentie: erotische poëzie die haar zwartgallig kantje maar niet kan verliezen. Erotische poëzie in alle betekenissen van het woord, want Eros betekent vrij letterlijk “liefde”, zowel de goede als de slechte kanten ervan.

Toch recupereert veel. Zeker in een verzamelbundel als Koor valt het op hoe vaak de symboliek van slangen, van onoverkomelijke bergen, van gebroken glas, van muren, van water steeds terugkomt. Telkens is het anders, maar telkens is het ook hetzelfde. Soms begint Koor hierdoor te vervelen. Verhelsts bundel vereist een bepaalde stemming, een gelatenheid die je makkelijk toestaat je te laten meeslepen door zijn beeldspraak. Aan zijn poëzie moet je je overgeven, je mag ze niet analyseren, want dan wordt het vervreemdend en te herhalend. Als geheel werkt de bundel dus niet altijd, zoals dat met vele bundels is. Ze dient om je slechts af en toe van Verhelsts meesterlijke poëzie te laten proeven, als een té warme thee die je slechts met kleine teugjes kan drinken.

Maar de gedichten blijven mooi, stuk voor stuk. Hoewel elk van de gedichten een tipje van de sluier oplicht (wat die sluier dan zou onthullen, komen we nooit te weten), blijft er toch steeds een mysterieus kantje hangen. Verhelst laat niets los, noch over zijn leven, noch over zijn poëzie. Er is hangt steeds een mist rondom zijn woorden, die enkel op zichzelf hun schoonheid onthullen.

Verhelsts werk is zoals ademen. Het is een doordachte stream of consciousness die op je inwerkt alsof het je eigen gedachten zouden kunnen zijn. De woorden, apart en in hun geheel, lijken niets te betekenen, maar toch voel je als lezer instinctief dat er iets achter zit, al weet je niet wat.

Koor kan je pas grijpen wanneer je er klaar voor bent, wanneer je kan vatten wat Verhelst eigenlijk probeert te zeggen, wanneer je alles in zijn context kan zien. Je moet er als lezer je tijd voor nemen; pas dan komt de bundel tot zijn recht. Verhelst moet je aanspreken, om welke reden dan ook. Zijn poëzie past pas bij jou als jij bij hem past, als je weet welk gevoel hij probeert op te wekken, als je weet waarover hij schrijft, als je gevoeld hebt wat hij gevoeld heeft. Pas dan komt zijn poëzie tot haar recht.

Advertisements