Vandaag werd ik voor de zoveelste keer afgewezen voor een sollicitatiegesprek. Voor toekomstige sollicitanten: dat is moment waarop iedereen je zal vertellen dat je veerkrachtig moet zijn, die mail snel moet verwijderen (of in een mapje bewaren voor “je-weet-maar-nooit”) en hup hup verder op banenjacht. Meestal lukt mij dat goed, zeker wanneer de werkgever mij, zoals vandaag, vertelt dat hij of zij me zeker zal contacteren in het geval “zich een andere kans voordoet”. Dat is hoopgevend, maar ook nietszeggend. Die andere kans komt vrijwel nooit, maar is gewoon een zachtaardige manier om de achtergebleven sollicitanten af te wijzen. Als je je hond euthanaseert schiet je hem ook niet door het hoofd, maar geef je hem een spuitje. Net zo.

Vandaag had de gebruikelijke oppepmethode geen effect. Misschien had ik gewoon een slechte dag, misschien was deze brief de druppel die de emmer deed overlopen. Of eerder het bad. Of het zwembad. In elk geval kreeg ik het gevoel nooit te slagen in datgene wat volgens je ouders en andere bezorgde familieleden als vanzelfsprekend zou moeten gaan: “er is toch werk genoeg?” Niet dus. Zeker niet als je in de letterkundige sector vertoeft. Dat wil natuurlijk niet zeggen dat ik de hele odyssee naar een job voor anderen als gemakkelijk zie. Ook zij hebben het moeilijk. Maar ligt dat dan aan ons of aan de werksector? Want op dit moment weet ik het zelf ook niet goed.

Ik durf over mezelf te zeggen dat ik goed op de hoogte ben van mijn capaciteiten en dat ik, inderdaad, veerkrachtig ben. Ik ploeg maar door, de ene sollicitatiebrief na de andere. Sommige dagen schrijf ik er meer dan andere. Maar vandaag kon ik me er niet meer toe zetten. Ik twijfelde aan mijn kwaliteiten. Als ik kijk naar de openstaande vacatures, zijn het stuk voor stuk jobs waar ik mezelf niet in thuis zou voelen. Ben ik té kieskeurig? Niet per se. Sommige van die vacatures zijn het walhalla voor iemand als ik. Maar als ik naar de vereisten kijk, wordt mijn hoop als snel weer de grond ingeboord. Zoveel jaar ervaring nodig. Kennis van SEO (wat is SEO? Google is my friend en vertelt het me, maar kan ik nu doen alsof ik daar ervaring in heb?). De actualiteit op de voet volgen. Vloeiend Frans spreken. Meestal kan ik mezelf in allerlei bochten wringen zodat ik toch nog binnen de profieldescriptie pas. Maar waarom moet ik dat doen? Waarom is er geen job die mij op het lijf geschreven is? Voor iemand die geen ervaring heeft, die slechts vagelijk weet wat SEO is en die de actualiteit graag volgt, maar geen wandelend nieuwsanker is? En dus twijfel ik. Ben ik wel de geschikte kandidaat? Misschien toch maar niet solliciteren dan. Of toch wel. En dan komt DE BRIEF. “Wij moeten u helaas meedelen dat u niet geselecteerd bent voor een eerste gespreksronde”.

Vandaag zat ik met de handen, letterlijk, in het haar (want wat heb ik nog meer te doen buiten mezelf hoofdmassages geven? Hé, misschien is hoofdmasseuse nog iets voor mij?). Ik overtuigde mezelf ervan dat ik niet genoeg zocht, dat ik wereldvreemd was, ondergekwalificeerd in vaardigheden en overgekwalificeerd in studies en dat ik daarom nooit een job zou vinden. In een vooruitblik zag ik mezelf zitten, zonder huis, zonder geld, uitgehongerd en wanhopig smekend aan om het even welke werkgever of hij/zij mij niet wilde aannemen. Het antwoord bleef nee, want wat heb ik hen te bieden?

Natuurlijk weet ik, ergens deep down, dat ik wel bepaalde vaardigheden die ergens geapprecieerd zouden worden. Maar ik zeg tegen dat ergens: show yourself. Ik vind je niet. Dus is dit een onterechte klaagzang? Ja. Er is werk. En ik zou het kunnen krijgen, na veel vallen en opstaan. Maar het is verdorie zo moeilijk. En dat wou ik even kwijt.

 

Advertisements