“Het einde van de standaardtaal” is een verrassende eye-opener (use of English intended). De standaardtaal is (of is bijna) niet meer. Zoals van der Horst zelf zegt, stoot zo’n uitspraak vaak op ongeloof. Of ik het zelf geloof is ook maar de vraag. Toch geeft dit werk een zeker inzicht in wat wij vanzelfsprekend vinden aan “onze” taal, en wat helemaal niet zo vanzelfsprekend is. Ik ben nu cynisch over het woord “onze”, want wat is nu eigenlijk “onze” taal?

Van der Horsts boek maakt duidelijk dat wat wij als taal kennen eigenlijk een construct is uit de renaissance. De standaardtaal is een fictie die wij tot werkelijkheid gemaakt hebben. Niemand zou er, natuurlijkerwijs, opkomen om “ik word” zonder t en “jij wordt” met dt te schrijven. Wat is er mis met “ik wort” en “jij wort”? Fonologisch gezien is dit toch bijna hetzelfde. Aldus uitgelegd in het boek: onze vaste spelling, woordenschat en grammatica zijn maaksels van de renaissance, die nu op hun terugkeer zijn.

Het hondje blaft verwoed naar ik weet niet wie. Wat blaft zo’n beest verrassend internationaal. Zo gemakkelijk komen wij er niet van af. De nieuwe taalcultuur zal zich op twee fronten sterk moeten maken. Ze zal ons moeten behoeden voor eenvormigheid, en tegelijkertijd oplossingen vinden om elkaar te verstaan. –  Het einde van de standaardtaal

Een uitgebreide bespreking van van der Horst ideeën is hier niet nodig. Daarvoor verwijs ik jullie naar het boek zelf. Daarbij geeft de auteur zelf herhaaldelijk toe dat hij “het niet weet”. Hij stelt alleen de verandering vast, oorzaken zijn hier niet van toepassing. Juist dat maakt hem meer geloofwaardig. Taalverandering is zo’n complex gegeven dat het vermelden van een (één) oorzaak nogal kort door de bocht zou zijn. Wel is duidelijk dat in de acht jaar sinds het verschijnen van dit boek het verdwijnen van de standaardtaal zich steeds meer heeft voltrokken. Van der Horst vraagt: “is dat erg?” Misschien niet. Misschien is het tijd voor een nieuw soort taal. Velen onder jullie hebben ongetwijfeld geen problemen ondervonden in die laatste zin, hoewel “een nieuwe soort taal” correcter zou zijn geweest. Ten minste, volgens onze uitstervende standaardtaal. Ook niet opgemerkt dat “ten minste” “tenminste” had moeten zijn? Het maakt tegenwoordig allemaal niet meer zo uit. We moeten elkaar gewoon kunnen begrijpen en, ook dat bewijst van der Horst, lukt momenteel nog steeds. Een nieuwe, minder standvastige taal is aan zijn opmars begonnen.

Hoewel het boek met momenten traag is en vaak in herhaling valt, bevat het toch een heldere uiteenzetting van van der Horsts mening. Ik zeg bewust mening, aangezien zelfs de uitvoerige bibliografie dit boek niet tot een wetenschappelijk onderzoek kunnen maken. Maar ook dit geeft van der Horst zelf toe in zijn inleiding: “Dit boek is een essay, geen wetenschappelijke studie.” De inconsistentie in het citeren (nu eens in vertaling, dan weer in het origineel met vertaling in voetnoot, dan weer zonder vertaling) is een struikelblok, maar onderstreept van der Horsts inzichten: het meeste is begrijpbaar, dus waarom zou het van belang zijn alles te vertalen? Doorheen zijn boek klinkt duidelijk de visie dat taal niet meer in hokjes te duwen valt: het boek zelf is een continuüm van taal, waarin van de ene naar de andere wordt overgegaan alsof het niets is.

Iedereen die wel eens klaagt over andermans of eigen taalgebruik, over het verloederen van de taal bij de jeugd en niet-meer-zo-jeugd van tegenwoordig, moet dit boek eigenlijk lezen. Het staat je nog steeds vrij daarna dt-fouten en spellingsinconsistenties uit teksten te halen (want ondanks dit boek blijf ook ik dat belangrijk vinden en zal ook ik dat blijven doen), maar “Het einde van de standaardtaal” zal in elk geval je blik verruimen.

Advertisements